Speech Dick Dolman

Waarde schaakvrienden!

Na de huidige burgemeester is het woord aan een vroegere volksvertegenwoordiger. Over deze twee begrippen, vroeger en volk, wil ik iets zeggen.

Gens una sumus, één volk zijn wij, in al zijn verscheidenheid, naar geslacht, leeftijd, afkomst, aanleg, opleiding, werk, inkomen, woonplaats, godsdienst, overtuiging. Als ongelijken hebben wij gelijke kansen. Eén streven bindt ons: het zoeken naar waarheid en schoonheid. Ons spel stoelt op gedachten en gevoelens. Een politicus weet, zoals iedere burger zou moeten weten, dat ook de samenleving op beide rust. Zonder geestdrift, weerzin en woede is het leven saai. Zonder verstandig oordeel en plan wordt het chaotisch. In dit dubbele besef verschillen schakers van sommige anderen..

De amateurs onder hen bewonderen de grootmeesters om hun rede en hun kunst. Zij beseffen hun eigen tekortkomingen, maar blijven geloven in de mogelijkheid van goddelijke inspiratie. Zij ambiëren de leuze van Najdorf: bin ich nicht genial?

Deze condition humaine bloeit op - over vroeger gesproken - met het klimmen der jaren. Vele jongelingen laten zich ontmoedigen en vluchten in onverschilligheid. De ware liefhebber koestert zijn passie ondanks zijn herhaalde falen. Nooit sterker is dit inzicht tot mij doorgedrongen dan toen ik tien jaar geleden speelde tegen Piet Veltheer. Hij was in de jaren vijftig en zestig directeur van het Hoogovens-toernooi. Onder hem werd dat evenement steeds beroemder. Zelf speelde hij ook verdienstelijk. Geleidelijk verminderde zijn kracht maar niet zijn liefde. Toen wij elkaar troffen, was zijn rating danig gedaald. Toch waagde hij met evenveel plezier een koningsgambiet. Ik bleef ongewoon kalm en warempel, op de twintigste zet gaf Piet een pion weg. Die heeft hij niet teruggezien. Hij zwoegde voort. Rond de vijftigste zet legde hij zijn koning om met de woorden: "en ik had zo graag van je gewonnen!" Geen excuus, geen zelfverwijt, ook geen eenvoudig compliment, maar een geloofsbelijdenis.

Toen heb ik mij, gelukkig en dankbaar, voorgenomen ook vol te houden tot mijn negentigste of, zoals mevrouw Roodzant, bij leven en welzijn tot na mijn honderdste.
"Hebt u wel eens last van slapeloosheid?"
"Jawel, dan sta ik op en bestudeer een probleem."
Aards ongemak verhindert niet de ontdekking van de hemel.

Zo komt het honderdkoppige gulzige schaakvolk hier weer samen: scholieren en grijsaards, vrouwen en mannen, wandelaars en stoelklevers.

Wij zijn dank verschuldigd aan de traditionele en de nieuwe hoofdsponsor als ook aan de gemeente Hoogeveen. Ieder van ons meent zijn paard een Valk te zijn. De bestendigheid van het Nederlandse schaak is bevestigd. In het westen ligt Wijk aan Zee, in het zuiden Vlissingen, in het oosten Dieren, in het noorden Hoogeveen, Groningen en Leeuwarden, waar eens de kampioenswedstrijd moet terugkeren.

Mijn generatie herinnert zich als bevrijdend toernooi Groningen 1946, waar de kampioenen opstonden om de overwinning te vieren van koning en koningin, vrije gedachten en rijke gevoelens op de verstikkende terreur.

Tweeënzestig jaren later en hopelijk nog vele daarna is het ons gegeven tussen doorschijnende, lucide figuren te drentenieren.
Glas, daarop hef ik u.


Statistics